Hypotheekrente-aftrek bij scheiding

Hoe werkt de hypotheekrente-aftrek bij scheiding?

De overgangsregeling (2-jaarstermijn) werkt als volgt:
Boedelverdeling duurt na een scheiding vaak nog enige tijd. Maar zolang de een de ander niet heeft uitgekocht of de woning zelf niet is verkocht, zijn beiden nog eigenaar van de woning.
Is de woning voor de vertrekkende partner geen hoofdverblijf meer? Dan komt deze voor de inkomstenbelasting eigenlijk niet langer in aanmerking voor hypotheekrenteaftrek.
Speciaal voor dit probleem heeft de Belastingdienst de scheidingsregeling in het leven geroepen:
  • De Belastingdienst behandelt de woning - gedurende ten hoogste twee jaar nadat de vertrekkende partner de woning heeft verlaten (en de ex-partners geen fiscaal partner meer zijn) - fiscaal toch als eigen woning, zolang de andere achterblijvende partner de woning nog als hoofdverblijf heeft.
  • De vertrekkende partner heeft deze twee jaar nog renteaftrek over het deel van de eigenwoningschuld, de schuld die is aangegaan ter verwerving, verbetering of onderhoud van de woning, als deze rente ook daadwerkelijk door de vertrekkende partner wordt betaald.
  • Over het deel van de woning waarvan de vertrekkende partner eigenaar is, moet deze het eigenwoningforfait aangeven. Als bijvoorbeeld in het echtscheidingsconvenant of samenlevingscontract is afgesproken dat de achterblijver in de woning mag blijven wonen nadat de relatie is verbroken, dan moet diegene de helft van het eigenwoningforfait opgeven als ontvangen alimentatie vanwege 'het genot van de woning'.
  • De vertrekkende partner kan het eigenwoningforfait dan weer aftrekken als betaalde alimentatie.
  • De vertrekkende partner wordt dan voor dat bedrag belast onder de noemer ontvangen alimentatie.
Tijdens deze periode van twee jaar kunnen jullie de financiële zaken aanpassen aan de nieuwe situatie.
Zo kan het huis op een later tijdstip worden verkocht of door de achterblijvende ex-partner geheel worden overgenomen.

Na deze twee jaar wordt de woning voor de vertrekkende partner belast in box 3 en realiseert deze (fictief) de overwaarde op diens deel van de woning. Bij aankoop van een nieuwe woning moet  hiermee rekening houden in verband met de bijleenregeling.
Vereisten voor optimale aftrek zijn dus:
 - dat de vertrekkende partner zijn eigen aandeel daadwerkelijk zelf betaalt; en
-  dat het convenant de constructie ondersteund.

Uitzondering
Er geldt nog wel een uitzondering voor het kalenderjaar waarin de scheiding heeft plaatsgevonden.
Als er een fiscaal partnerschap is aangegaan tussen de (ex)echtgenoten dan kan er vrij worden gekozen hoe de hypotheekrente aftrek wordt aangegeven.
 Vaak wordt tussen de scheidende partners afgesproken dat degene die in het huis blijft alle lasten daaraan verbonden voor diens rekening neemt, zodat de vertrekkende partner niet meer hoeft bij te dragen en zo de eigen woonlasten van een nieuwe woning kan dragen.

Dit leidt ertoe dat de aftrek van de hypotheekrente voor diens aandeel vervalt, omdat deze partner de hypotheekrente feitelijk niet meer zelf betaald. Bovengemelde overgangsregeling is dan niet van toepassing. De achterblijvende partner kan alleen zijn eigen aandeel in de hypotheekrente aftrekken, omdat deze enkel voor de helft schuldenaar is van de hypothecaire geldlening.

Om dit euvel fiscaal zo aantrekkelijk mogelijk op te lossen kan worden overeengekomen dat de vertrekkende partner toch diens aandeel in de hypotheekrente blijft betalen en daarvoor een gelijk bedrag aan partneralimentatie ontvangt.

Ieder dient daadwerkelijk het eigen aandeel in de hypotheekrente te betalen.
Om dit te bereiken geschiedt de feitelijke betaling via een gezamenlijke en/of rekening.
De achterblijvende partner stort het totaal verschuldigde bedrag aan hypotheekrente (eigen aandeel en het aandeel van de ander bij wijze van alimentatie) op de rekening en van deze rekening wordt de hypotheekrente betaalt.
De gemeenschappelijke rekening wordt dan ook pas na de notariële overdracht of toedeling van de woning opgeheven.
 Het convenant moet de constructie ondersteunen.
In het convenant wordt partneralimentatie opgenomen, welke gelijk is aan de helft van de hypotheekrente.
Ook wordt in het convenant gemeld dat de achterblijvende partner alle kosten van de woning voor zijn/haar rekening neemt, met uitzondering van de hypotheekrente. Anders kan niet gezegd worden dat de vertrekkende partner deze zelf betaalt.
Daarnaast wordt opgenomen dat de gezamenlijke rekening pas wordt opgeheven als de woning is overgedragen of toebedeeld.

In de belastingaangifte trekt de achterblijvende partner de betaalde partneralimentatie en zijn/haar aandeel in de hypotheekrente af van het inkomen. Omdat de bedragen gelijk zijn, kan per saldo een bedrag gelijk aan de totaal verschuldigde hypotheekrente worden afgetrokken.

Daarnaast geeft de achterblijvende partner de helft van het eigenwoningforfait als ontvangen partneralimentatie op als inkomen.
De vertrekkende partner geeft de ontvangen partneralimentatie op als inkomen en trekt zijn/haar aandeel in de hypotheekrente af van het inkomen. Aangezien deze bedragen gelijk zijn, komt dit per saldo uit op nihil.
De vertrekkende partner trekt voorts de helft van het eigen woningforfait af als betaalde partneralimentatie.
 Door bovenstaande constructie wordt een zo fiscaal optimaal mogelijke regeling bereikt.
Let wel op: Of eenzelfde belastingteruggave wordt bereikt als voorheen is niet met zekerheid te zeggen. Een en ander hangt immers af van de hoogte van de inkomens van de individuele partners en de daaraan gekoppelde belastingtarieven/schijven.

Om problemen te voorkomen is het raadzaam uw aangifte te laten verzorgen of nakijken door een belastingadviseur/fiscalist en te (laten) bepalen wat de precieze belastingteruggave zal gaan worden.