Is mediation bij ouderverstoting mogelijk?
21 januari 2023 
22 min. leestijd

Is mediation bij ouderverstoting mogelijk?

Mediation is een veelgebruikte methode om conflicten op te lossen. Zolang de ouders nog in gesprek willen met elkaar bij een mediator, kun je ervan uitgaan dat er geen sprake is van werkelijke ouderverstoting (het verstoten van één van de ouders door het kind onder druk van loyaliteitscrisis). De ouders willen nog energie steken in het helpen van het kind om beide ouders te omarmen.
Als één van de ouders weigert aan tafel te komen zijn er rode vlaggen.
Mediation is dan niet mogelijk. Maar wat kan er dan wel? Is er toch een rol voor de mediator?

Ouderverstoting is een emotioneel beladen onderwerp. Het kind beëindigt het contact met één ouder, omdat het de innerlijke spanning van het voortdurende loyaliteitsconflict niet aan kan. Het kind ziet de waarheid van de ene ouder en sluit zich af voor de waarheid van de andere ouder, omdat het (nog) geen mogelijkheid ziet om beide waarheden te integreren en de situatie te overstijgen. De situatie evolueert de andere kant op: van loyaliteitscrisis naar ouderverstoting.

Alle betrokkenen voelen zich ergens diep afgewezen en niet gehoord in hun eigen waarheid. Door de emoties kunnen zij ook niet 'de andere kant' of het 1% gelijk van de ander zien. Het is te pijnlijk.

Het is niet gek dat het kind dit niet lukt. Voor de ouders is het ook moeilijk. Het vergt een grote mate van inzicht, overzicht, zelfreflectie en dus (emotionele) volwassenheid om te begrijpen hoe de dynamiek werkt én hoe het opgelost kan worden.

In dit onderhavige artikel zullen we bespreken hoe eenzijdig mediationvaardigheden kunnen worden toegepast bij loyaliteitsproblematiek én ouderverstoting en de voordelen van deze aanpak: het leren doorgronden van de dynamiek en het overstijgen van de (schijnbare) tegenstellingen.

Echtscheiding voorkomen

Een van de voordelen van mediation bij vechtscheiding (er is dan nog geen sprake van ouderverstoting) is dat het een veilige omgeving biedt voor beide ouders om hun gevoelens en zorgen te uiten. Een professionele mediator kan helpen om een constructieve en oplossingsgerichte communicatie te bevorderen.
De mediator kan beide ouders - eerst individueel - handvatten bieden om zichzelf, elkaar en het kind te helpen de beide 'waarheden' te integreren.

Beiden ouders moeten het gevoel hebben dat hun belang daarbij gewaarborgd is, anders zal er geen gesprek mogelijk zijn.

De ouder die niet langer het kind stimuleert om naar de andere ouder te gaan, heeft een onderliggende boodschap. Net zoals het kind. De andere ouder kan deze boodschap niet goed horen of begrijpen, omdat het een pijnlijke is, waardoor de verzorgende ouder soms tot in extreme mate het principe toepast: "Wie niet horen wil, moet maar voelen".  Het feit dat dat tenminste voor 1% terecht is, ziet ook het kind.

Andersom heeft ook de verstootte ouder een boodschap die de andere ouder niet kan horen. Met name de neiging tot overbescherming en het klein houden van het kind, alsmede de beschuldigingen maakt dat de niet verzorgende ouder zich mateloos machteloos voelt.
Ook deze ouder lukt het niet om de boodschap op een constructieve manier over te brengen.

De hulpverlening kan ook niet altijd precies de vinger erop leggen en zolang het kind aangeeft niet te willen, zal er niets gebeuren. En waar rook is, is vuur. Je weet maar nooit.... Door de machteloosheid van de verstoten ouder, ziet men vooral het dwingende en overtuigende gedrag, wat juist verder afstoot en de beschuldigingen versterkt. Men gaat denken: "Er zit wel waarheid in wat de verzorgende ouder ziet." Ook voor de hulpverlening is 'de andere kant zien' lastig.

Alle betrokkenen zitten vast in een macht-onmacht-manipulatiecirkel. Waar ze alleen niet meer uit kunnen stappen, omdat niemand meer het overzicht heeft.

Er is iemand nodig die zich niet in de dynamiek laat vangen en betrokkenen helpt om al wat er speelt te integreren. Dit is geen gemakkelijke weg, want het is een weg die kwetsbaarheid, moed en zelfreflectie verlangt van alle betrokkenen. Als werkelijk sprake is van narcisme lukt het niet, want dan is de zelfreflectie op het ene punt waar het om gaat niet mogelijk.

Bedenk dat geen enkele situatie gelijk is. Toch zie ik in mijn praktijk in grote lijnen eenzelfde dynamiek terug. Natuurlijk zijn er verschillen, subtiel en minder subtiel.
Als je gemotiveerd bent om de situatie op te lossen, dan kijk je daar bij het lezen van dit artikel doorheen. Wil je over jouw specifieke situatie spreken en samen bekijken wat er speelt en mogelijk is, neem dan contact op.

Hieronder bespreek ik de situatie waarin al sprake is van afwijzing door het kind in enige vorm.

Het kind geeft aan niet meer naar één van de ouders te willen of is al enige tijd niet meer geweest én de andere ouder wil niet meer in gesprek gesprek hierover of verdedigt de keuze van het kind, omdat de ouder herkent wat het kind zegt en het kind wil beschermen tegen pijn.

Hier ligt al een jarenlange diepgaande problematiek aan ten grondslag. Beide ouders zijn gedurende de relatie al (diep) gekwetst. Dat kan onbewust zijn en ligt veel dieper dan enkel de afwijzing van elkaar als partners.

Bedenk dat je partner - van wie je ooit hebt gehouden - je erg goed kent. Deze weet dus ook precies wat jou raakt en vice versa. Partners zien als geen ander elkaars zwakke plekken. Mogelijk is er kritiek geweest op iets wat erg belangrijk is voor de ander. Iets wat heel gevoelig ligt. Ergens is iets misgegaan. En het is niet opgelost. De pijn van de gekwetstheid is dusdanig dat de primaire overlevingsreactie is: terugtrekken of terugslaan.

Het probleem is dat juist door het structureel niet kunnen horen van elkaars 'waarheid', het heel moeilijk is om (weer) met elkaar aan tafel te komen. De begrijpelijke beweging om weg te willen van pijn - en de neiging tot overbescherming tegen geprojecteerde pijn - zit in de weg. Deze beweging of neiging tot afscheiding zit bij beide ouders. De verzorgende ouder is moe van de kritiek of het niet gehoord worden (innerlijke afwijzing). De verstoten ouder is moe van de constante afwijzing (uiterlijke afwijzing).

Het kind is moe van de pijn van de innerlijke loyaliteitscrisis en projecteert afwijzing in de buitenwereld. Het verlangen is dat de keuze niet meer te gaan en de ene ouder te blokkeren rust geeft. Dit is precies waarom de hulpverlening niet ingrijpt. Er wordt gezegd: "Er moet rust komen".  De  rechter volgt dit advies vrijwel altijd.

Rust is echter niet de oplossing. Het kind kiest één kant en het lijkt dan goed of beter te gaan, maar onderliggend is het probleem dat de natuurlijke loyaliteit - die het kind naar beide ouders heeft - geen uitweg heeft en de crisis die dat geeft is niet werkelijk opgelost.  Ook bij beide ouders is er geen werkelijke rust. Er zal onderliggend altijd spanning voelbaar zijn. Controle versus machteloosheid.

De verstoting heeft ook twee kanten. Het is enerzijds verschrikkelijk, maar geeft wel de ruimte voor ieder om tot zichzelf te komen en dwingt tot de zoektocht naar inzicht in het hoe en waarom. Als dat gebeurt is dat ook het begin van een mogelijke oplossing.

Inzicht brengt wel werkelijke rust.

Het kind kan de ontwikkeling van kind, via puber naar volwassenheid niet goed doormaken. In een gezonde puberteit, leert het kind dat er verschillende kanten zijn en oefent het zich op een gezonde manier af te zetten tegen beide ouders en een eigen mening te ontwikkelen. Dit zorgt voor een groei naar volwassenheid.  Het kind leert beide ouders te vergeven en leert boven de situatie uit te stijgen. In een situatie waarbij ouderverstoting speelt, stokt deze ontwikkeling. Het kind blijft op heel wat vlakken hangen in de kindfase (het zien van maar één kant).

Als het (nog) niet mogelijk is dat beide ouders aan tafel komen, kan de mediator niet als mediator optreden. Wel kan de mediator handvatten verstrekken waarmee de ene ouder, die wel behoefte heeft om de situatie te veranderen, aan de slag kan gaan.

Op deze manier wordt die ouder - de verstoten ouder - in staat gesteld om zelf een oplossing te vinden.
Dat is niet gemakkelijk en vergt een diepgaand onderzoek, waarbij moeilijke vragen een rol spelen. Het is vooral moeilijk omdat in deze fase nog weinig aandacht is voor de 'waarheid' van deze ouder, terwijl deze ouder ook een grote behoefte heeft aan erkenning van wat deze ouder ziet: de (soms verborgen) manipulatie van de andere ouder.

Door de vragen te stellen die helpen om de onderliggende kwetsuren te achterhalen die leiden of hebben geleid tot de gevoelens van afwijzing én werkelijk naar de antwoorden te luisteren, kan herstel beginnen.

Juist de angst voor de afwijzing door het kind en om als 'slechte' ouder gezien te worden voedt de verstoting. Een zeer kwetsbare plek is geraakt, waardoor de afscheidingsbeweging in gang is gezet. Door de waarheid (tenminste 1%) daarvan te zien en door de waarheid van de boodschap van de ander (tenminste 1%) te erkennen worden beide ouders gehoord. Daarvoor moet eerst ieder 'eigen huiswerk' doen.

Wanneer de ene ouder tot inzicht is gekomen, kan deze beginnen dit te communiceren naar de ander. Soms kan dat zelfs niet, aangezien de verzorgende ouder 'niet meer thuis geeft'. Dan is de weg via de hulpverlening toch een route. Kan de verstoten ouder nu rustig blijven en goed verwoorden wat de inzichten zijn, dan zal de hulpverlening pas geneigd zijn om te luisteren. Het rustig blijven en goed verwoorden is precies datgene wat zo lastig is door de eigen gevoelens van pijn en onmacht.

De causus (individuele gesprekken met de mediator) kan dus uitkomst bieden.

De mediator kan ook trachten uit te reiken naar de andere ouder en deze uitnodigen voor een gesprek onder vier ogen ter voorbereiding van gezamenlijke gesprekken. De verzorgende ouder krijgt ook de kans om diens boodschap te verfijnen. Zo komt de situatie in balans en pas daarna kan er ruimte zijn voor gezamenlijke gesprekken.

Het is belangrijk om te benadrukken dat zelf mediationvaardigheden leren en in te zetten soms de eerste stap is die de oplossing mogelijk maakt bij ouderverstoting.

Pas als de verzorgende ouder het gevoel heeft dat diens waarheid erkent en gehoord wordt en diens belang gewaarborgd (veiligheid van het kind/bescherming tegen pijn), kunnen gezamenlijke gesprekken gevoerd worden.

Mediation kan dan ervoor zorgen dat de onderlinge communicatie verbeterd, beiden gehoord worden en de ouders samen een oplossing vinden, waarbij het kind niet verder onder druk komt te staan.

Mediation is een effectieve manier zijn om geschillen rond de omgangsregeling en loyaliteitsconflicten op te lossen als de mediator vanuit begrip voor de specifieke problematiek en 'waarheid' van beide ouders én het kind een veilige omgeving creëert voor beide ouders om hun gevoelens en zorgen te uiten. Dit geeft ouders de mogelijkheid om zelf een oplossing te vinden, om de onderliggende kwetsuren en de patronen waarin zij gevangen zitten te achterhalen, op te lossen en te doorbreken.

In geval van ouderverstoting is het komen tot gezamenlijke gesprekken nog een lang traject, maar kan de ene ouder al beginnen om met behulp van de mediator inzichten op te doen, mediationvaardigheden te leren toe te passen. Uiteraard dient dit integer te zijn, anders zal het niet werken.

Zo kan de mediator - in het begin aan de zijlijn - zowel de ouders als het kind helpen de schijnbare tegenstellingen te overstijgen en de (innerlijke) crisis op te lossen.

Meer over het oplossen van ouderverstoting en het toepassen van mediationvaardigheden in en na een scheiding in: "Scheiden is Leiden"

Scheiden is leiden





Over de schrijver
Hilde Kroon is mediator en jurist, met meer dan 20 jaar ervaring in Nederland en België en praktijken in Alkmaar en Arnhem.