scheiding

Wat is de wettelijke verdeling?

Overlijd je met achterlating van een echtgenoot/echtgenote of geregistreerd partner en tenminste één kind en je hebt geen testament gemaakt, dan geldt de wettelijke verdeling.  

Eigen kinderen zijn  eigen kinderen door geboorte,  erkenning of geadopteerde kinderen. Pleegkinderen en stiefkinderen kunnen bij testament worden gelijkgesteld aan eigen kinderen. 

De wettelijke verdeling houdt in dat alle goederen van de nalatenschap in volle eigendom automatisch worden toebedeeld aan de langstlevende echtgenoot/geregistreerd partner. Het erfdeel van de kinderen wordt wel berekend in geld, maar ze krijgen geen recht op goederen: de kinderen krijgen hun erfdeel in de vorm van een niet-opeisbare vordering op deze langstlevende. De kinderen erven dus wel (!), maar ontvangen nog niets, totdat ook de langstlevende is overleden.

Door de wettelijke verdeling heeft de langstlevende ouder een schuld aan de kinderen. Voor de kinderen is dit een vordering op de langstlevende ouder. De waarde van deze schuld en vordering moet worden berekend. en vastgesteld voor de erfbelasting.  Het is ook handig dit vast te stellen voor het geval de langstlevende ervoor kiest om wel tot uitbetaling over te gaan. Dit is dan een schenking, omdat er geen verplichting is tot uitbetaling.


De langstlevende ouder betaalt de erfbelasting voor de kinderen, omdat de kinderen wel waarde ontvangen, maar geen geld. Dat vermindert de schuld van de langstlevende aan de kinderen.

Kan de langstlevende ouder de erfbelasting (voor zichzelf en voor de kinderen) niet betalen, omdat het geld vast zit in de woning, dan kan uitstel  van betaling worden aangevraagd. 


Op de niet-opeisbare vordering van de kinderen is volgens de wet is pas rente verschuldigd als de wettelijke rente hoger is dan 6 procent. Deze rente is enkelvoudig (jaarlijks over de hoofdsom) en mag alleen worden berekend als de wettelijke rente boven de 6 procent komt. Dus bij een wettelijke rente van 8 procent wordt er 2 procent rente over de erfdelen vergoed. Omdat de wettelijke rente al sinds 2002 niet hoger is dan 6 procent is er op de erfdelen van de kinderen geen rente verschuldigd. 

Het nadeel van de rente kan zijn dat meer erfbelasting moet worden betaald bij het overlijden van de eerste ouder. De rente kan ook een voordeel hebben: hoe hoger het geldbedrag van het kind door de rente wordt, hoe minder erfbelasting de kinderen bij het overlijden van de langstlevende ouder moeten betalen. 

Bij testament kan worden afgeweken van de wettelijk regeling omtrent de rente.

In principe moeten de kinderen dus wachten op uitbetaling van hun erfdeel tot de langstlevende is overleden. Er is hierop wel een uitzondering. Als de langstlevende wil gaan hertrouwen, dan kunnen de kinderen een deel van de erfenis toch op naam krijgen door een beroep te doen op een ‘wilsrecht‘. De langstlevende mag wel alles blijven gebruiken tot zijn/haar overlijden, maar is geen enig eigenaar meer. Met deze wilsrechten kunnen de kinderen voorkomen dat het vermogen van de ouders ‘verdwijnt’ naar een stiefouder. De wilsrechten leveren wel een beperking van de vrijheid van de langstlevende op. Wil je de langstlevende helemaal beschermen neem dan de Monica-Lewinsky-clausule op in je testament,

De langstlevende heeft nog de keuze om de wettelijke verdeling ‘ongedaan te maken‘. Dat kan een optie zijn als de langstlevende en de kinderen een andere verdeling willen maken, omdat niet alles naar de langstlevende moet. Bijvoorbeeld omdat een van de kinderen de woning wil overnemen. Dit kan bij de afwikkeling van de nalatenschap zonder overdrachtsbelasting. 

De wettelijke verdeling is voor veel mensen een prima regeling. De langstlevende wordt grotendeels beschermd tegen kinderen die hun erfenis willen opeisen, en kan doen en laten met de erfenis wat hij/zij wil. Toch zijn er een aantal redenen om toch een testament te maken. Daarover lees je meer hier.