Van loyaliteitscrisis naar ouderverstoting
5 februari 2021 

Van loyaliteitscrisis naar ouderverstoting

Loyaliteitscrisis en ouderstoting? Ouders harder aanpakken?

Het kabinet wil harder optreden tegen ouders die na een scheiding de afspraken met hun ex over de omgang met kinderen niet nakomen. Demissionair minister Dekker schrijft aan de Tweede Kamer dat dwang zoveel mogelijk moet worden vermeden, maar in bepaalde situaties toch nodig is.

Loyaliteitscrisis en ouderverstoting is een fenomeen dat steeds meer erkenning krijgt. Bij ouderverstoting pur sang gaat het erom dat het kind één van de ouders  niet meer wil zien en dit aangeeft. Dit is onnatuurlijk gedrag omdat kinderen inherent loyaal zijn aan beide ouders (contextuele benadering Boszormenyi-Nagy & Spark,( 1984) Invisible Loyalties, Reciprocity in Intergenerational Family Therapy). Het is in de praktijk voor hulpverlening en rechterlijke macht niet gemakkelijk het onderscheid te maken tussen wat het kind echt wil en wat het zegt dat het wil. Beïnvloeding van de ene ouder kan een grote rol spelen.

In de situatie zoals bedoeld in de aanhaling lijkt het duidelijk dat één van de ouders weigert de omgangsregeling na te komen, maar vaak is het niet zo duidelijk en is de weerstand meer verborgen, ondoorzichtig. Waarom gebeurt dit?

In dit artikel een poging licht te werpen op de dieper liggende intenties en onmacht-macht-manipulatie cirkels waarin betrokkenen verstrikt zijn geraakt.
Maar eerst aandacht voor de meer ‘normale’ situaties.

Méér vader, méér moeder, ondanks tijdsverdeling?

Kinderen nemen een bijzondere plaats in bij scheiding (ongeacht de leeftijd). Ze ervaren de gevolgen van de scheiding, zonder er zelf veel invloed op te hebben. Een scheiding hoeft niet persé negatief te zijn. De kinderen krijgen vaak méér moeder en méér vader dan daarvoor, aangezien ieder van de ouders in zijn/haar eigen verantwoordelijkheid voor het invullen van deze rollen wordt gezet. De één op één aandacht groeit. Dit heeft niet te maken met de kwantiteit van het elkaar zien, maar met de kwaliteit van de tijd die ze met elkaar doorbrengen. De ene ouder kan zich niet meer verschuilen achter de andere. Of de ene ouder kan niet langer alle controle over de situatie uitoefenen. Al worden hiertoe ook na de scheiding nog wel pogingen gedaan.

Groeipijnen

De scheiding is zowel voor de ouders als voor de kinderen een groot leerproces en groeien gaat soms gepaard met groeipijnen. De ouders zijn niet alleen bang voor het verdriet van de kinderen, maar ook voor hun boosheid, mogelijk onbegrip en veroordeling. Begrijpelijk dus dat veel ouders worstelen met de vraag: “Zal ik door de scheiding het contact met mijn kinderen verliezen?”

In de meeste gevallen gaat het gelukkig goed. Hoewel kinderen – afhankelijk van leeftijd, zoals we hierna zullen bespreken –  best wel eens moeilijk kunnen doen en ouders soms door eigen verdriet en boosheid op zichzelf gericht kunnen zijn, zal meestal na verloop van enige tijd een nieuwe balans worden gevonden.  Mensen kunnen best wel wat hebben. Kinderen ook. Het helpt als we als ouder ook naar het aandeel van onszelf in de situatie kunnen en durven te kijken en dit bespreekbaar maken. De kinderen dan zullen meer van ons kunnen hebben. Oók als we ons eens negatief over de ander uitlaten. Bovendien geven we daarmee het goede voorbeeld.

Hoe reageren de kinderen ‘normaal gesproken’ op een scheiding?

In mijn praktijk zie ik dat kinderen in eerste instantie naar de ouder in de ‘slachtofferrol’, de tweede beslisser, trekken. Ze willen deze steunen en gelukkig maken. Als de ouders langere tijd gescheiden zijn, kan het zijn dat de kinderen weer meer trekken naar de ouder die ‘opgelucht’ is door de scheiding, omdat deze blijer is en daardoor makkelijker is in de omgang.  De kinderen voelen zich daar dan vervolgens schuldig over richting de andere ouder en gaan dit weer overcompenseren op andere wijze.

Kinderen van alle leeftijden kunnen aan beide ouders verschillende boodschappen afgeven, uit loyaliteit of uit schuldgevoel. Indien verschillende signalen niet besproken worden, kunnen deze een eigen leven gaan leiden, met mogelijk zelfs ouderverstoting tot gevolg. Overleg dus met elkaar de signalen.
In de gevallen waarin oudervervreemding speelt, is dat juist lastig.

Maar voordat we daarop ingaan, eerst even in algemene zin de reacties van kinderen op een scheiding.

Kinderen in de leeftijd tot ongeveer 12 jaar

mediation en kinderenKinderen in deze leeftijdscategorie zijn vooral loyaal naar hun ouders en zullen alles doen om hen gelukkig te maken. Dit komt voort uit overlevingsdrang. Kinderen zijn afhankelijk van hun ouders voor zorg en opvang. Deze kinderen trekken vaak naar degene die zich het slachtoffer voelt. Voor de scheiding kan dat degene zijn, die zich in de relatie ongelukkig voelde, omdat ze deze dan willen troosten. Tijdens of kort na de scheiding kan dat verschuiven naar degene die zich door de breuk ongelukkig voelt, om deze te troosten. Lukt het niet de ouder te troosten, dan neemt het kind na verloop van tijd afstand, omdat het de verantwoordelijkheid niet kan dragen.

Kinderen tussen 12 en 18 jaar

Kinderen in de puberteit zijn vooral met zichzelf bezig en met hun eigen relaties en hoe dat allemaal werkt. Ze zijn kritisch op de ouders. Ze willen eigen keuzes maken en onafhankelijk zijn. Als ze het gevoel hebben dat de ouders niet het ‘goede voorbeeld’ geven, zijn ze boos. De ouders vallen van hun voetstuk. Dat zou toch al gebeuren in de puberteit, maar door een scheiding versnelt dit proces. De puber denkt dat hij het zelf beter gaat doen in relaties en dat zal voor een deel ook zo zijn, maar natuurlijk niet op alle vlakken.

Voor wie de puber kiest zal sterk afhangen van wat de puber het meest zal opbrengen als het om vrijheid gaat. Soms geeft een ouder meer toe omdat hij moe en uitgeblust is van alle emoties of juist om de kinderen aan zich te binden uit angst hen te verliezen. Ze zullen zich vooral op hun eigen leven richten en zich zelf het slachtoffer voelen van de situatie: “Niemand houdt rekening met mij!”. Ze voelen zich bedrogen en verraden, mede omdat ze niet gekend zijn in het beslissingstraject ofwel omdat ze daarin teveel zijn betrokken. De ouders kunnen het in ieder geval niet snel goed doen.

De probleemgevallen zijn de pubers die deze onderliggende gevoelens niet durven tonen, niet uiten of ze gebruiken om de situatie te manipuleren. Als ouder kun je wel stimuleren dat deze gevoelens geuit worden, door ze zelf te benoemen als normaal. Vragen of ze de gevoelens hebben of herkennen, werkt in deze gevallen meestal niet.
De simpele benoeming dat ze er zijn, geeft de ruimte. Gevoelens en emoties mogen er zijn, maar niet gebruikt worden om onderliggende belangen af te dwingen. Dat geldt zowel voor kinderen als voor de ouders.

Jongvolwassen kinderen vanaf 18 jaar

De jongvolwassen kinderen die het huis verlaten hebben of op het punt staan dat te doen, zullen zich soms onttrekken aan wat er gebeurt en zich meer afzijdig houden. Ze zijn bezig met hun eigen leven en relaties. Ze zullen ook al meer begrip hebben voor het ‘falen’ van de ouders omdat ze zelf al tegen problemen op relatievlak zijn aangelopen. Toch zit de boosheid er en ook de zorgen om de ouder die zich het slachtoffer voelt.

Ik was jongvolwassen toen mijn ouders uit elkaar gingen. Ik vond het een hele goede beslissing van mijn moeder, omdat ik als jong kind al zag dat ze allebei niet echt gelukkig waren en niet bij elkaar pasten. Omdat ik toch boos was over hun ‘onhandige’ communicatie hield ik mij wat op afstand. Na verloop van tijd kon ik beter over de situatie praten en was – vooral mijn moeder – goed in staat om te zien wat ze zelf beter anders had kunnen doen, ondanks haar vaak negatieve uitlatingen over mijn vader. Dat maakte dat ik meer zachtheid kon voelen voor mijn moeder. Mijn vader vindt het nog lastig te zien wat zijn eigen aandeel was, maar omdat hij niet negatief over mijn moeder sprak met mij, kon ik ook met zachtheid naar hem kijken.

Loyaliteitsconflict gaat aan ouderverstoting vooraf

Het kan natuurlijk zijn dat de kinderen het echt niet fijn vinden bij de andere ouder. Geven ze dit zelf aan? Dan goed doorvragen wat er aan de hand is. Zeker in de (pre)puberteit kan het zijn dat de kinderen het bij de ‘andere ouder’ niet zo fijn vinden, vanwege minder luxe, woonruimte, strengere regels of iets dergelijks. Toch is dit zelfs dan niet de echte reden. De echte reden is dat het minder gezellig is bij de andere ouder. Zoals aangegeven kan een ouder door de scheiding bozig, zuur, verbitterd of depressief zijn geworden. Dat drukt de sfeer en de kinderen hebben daar last van.

Als één van beide ouders lang boos blijft of verdrietig en daar veel en langdurig uiting aan geeft of afgestompt raakt, kunnen de kinderen zich na verloop van tijd van deze ouder af gaan keren. Moeheid om naar de verhalen te luisteren of machteloosheid om iets aan de situatie en het gevoel van deze ouder te doen, maakt dat ze afstand nemen.
Het is aan beide ouders om hier alert op te zijn. Het beste wordt dit uitgepraat tussen de kinderen en de betreffende ouder. De ouder naar wie de kinderen toe trekken zou het beste de kinderen vertellen wat er speelt, dat het normaal is en ze stimuleren met de andere ouder hierover te praten. Als de ouder kan inzien dat dit het probleem is, is de oplossing nabij.

Elkaar als ouder ondersteunen, zelfs als er ogenschijnlijk fouten worden gemaakt?

Als de ouder bij wie de kinderen wel meer willen zijn, de kinderen niet aanspreekt op het feit dat ze minder naar de andere ouder willen, is dat een teken om alert te zijn. In de meeste ouderschapsplannen wordt opgenomen dat de kinderen bij de beide ouders zijn en dat de ouders ieder moeite doen om de kinderen bij de andere ouder te laten zijn. Als de ene ouder zegt dat de kinderen aangeven dat ze niet (meer zoveel) naar de andere willen, zou deze ouder de kinderen daarin juist moeten stimuleren. Dat kan bijvoorbeeld door goed door te vragen wat er aan de hand is. De kinderen te helpen om met de andere ouder hierover te praten en naar oplossingen te zoeken. De oplossing om de omgangsregeling aan te passen is niet de eerste om naar te grijpen. Zelfs al is het tijdelijk om rust te creëren.

Als de boze ouder aan de boosheid geen uiting (meer) geeft, kan het onderhuids worden uitgespeeld. Dit gaat soms via de kinderen. De ene ouder kan het kind – zelfs min of meer onbewust – tegen de andere ouder opzetten en de relatie tussen de andere ouder en het kind verstoren. Bijvoorbeeld door boodschappen niet of verdraaid door te geven of zich op een (verdekt of subtiel) negatieve manier over de andere ouder uit te laten.

Met name in vechtscheidingen liggen loyaliteitsconflicten en ouderverstoting op de loer.

Als loyaliteitscrisis uit de hand loopt: ouderverstoting

Ik onderscheid grofweg drie situaties van loyaliteitscrisis:
1) De situatie dat het kind trekt naar degene die zich het slachtoffer voelt, omdat deze getroost zou moeten worden. De de andere ouder wordt vaak als dader bestempeld.
2) Het kind neemt afstand van de ouder die slachtoffergedrag vertoont, verbitterd is geraakt en negatief spreekt over de andere ouder. Het kind wil dan meer zijn bij de ouder die positiever is.
3) Het kind neemt afstand omdat de ouder bewust of onbewust het contact in de weg staat in plaats van het te stimuleren, vanuit eigen beweegredenen.

Openlijk weigeren van het nakomen door een ouder van de regeling

Bij ouderverstoting hebben we het over de 3e situatie. De situatie dat een kind zich terugtrekt van een ouder (oudervervreemding) of dat het kind de ouder zelfs afstoot (ouderverstoting), zonder direct aanwijsbare reden.  In dit artikel gaat het dus niet over de ouder die zich terugtrekt of het kind afstoot. Ouderverstoting in de heftigste vorm is de situatie dat de ene ouder het kind geen toestemming geeft om bij de andere ouder te zijn of het kind verbied daarheen te gaan, zonder dat dit heel duidelijk is. Als de ene ouder openlijk weigert het kind mee te geven, geeft deze daarvoor een reden. Het is dan als het ware een noodkreet om aan te geven dat de ouder de situatie niet vertrouwd, het kind wil beschermen of een boodschap heeft voor de andere ouder. Of dit terecht is, is een hele andere kwestie. Het gesprek hierover zal moeilijk, maar toch niet onmogelijk zijn.

Niet openlijke weigering

In de heftigste gevallen is de weigering van een ouder om de omgangsregeling na te komen ondoorzichtig. De andere ouder wordt op ondoorzichtige wijze verdacht of zwart gemaakt. Er wordt gelogen en bedrogen. De ouder die dit doet heeft nog altijd een boodschap, waarin deze zich niet gehoord voelt. De ouder voelt zich ergens gerechtvaardigd dit te doen.

In deze gevallen wordt de onderhuidse spanning voor het kind zo groot dat het kind kiest de ‘zwartgemaakte’ ouders helemaal af te wijzen.  Vanuit de kindfase (eerste pijler) kiest het kind een overlevingsstrategie om niet constant met de spanning te worden geconfronteerd. Het kind verstoot door de druk van de ene ouder de andere ouder langdurig en wijst deze ouder af, terwijl het van binnen ook nog steeds loyaal is naar de andere ouder, maar dit niet meer kan voelen.

Ouderverstoting of oudervervreemding – in het Engels ‘Parental Alienation’ P.A. –  is officieel (nog) niet een erkend syndroom, maar er is steeds meer erkenning voor dit fenomeen. Ouderverstoting komt in veel verschillende gradaties voor.

Wat is ouderverstoting?

Erik van der Waal is specialist op dit vlak en heeft een praktijk genaamd ‘HerVerbinden’ waarin hij zich met deze materie bezig houdt. Hij schrijft het volgende over ouderverstoting:

Parental Alienation wordt internationaal gezien als een vorm van psychische kindermishandeling door een ouder (ook: ‘domestic violence by proxy’; psychische mishandeling van en middels een kind), waarbij een kind na verloop van tijd een steeds sterker afwijzend/verstotend gedrag gaat vertonen tegenover de andere ouder (en zelfs familie), terwijl er daarvoor, voor de scheiding van de ouders, een normale goede kind-ouder band met deze ouder, bestond.

Hoe kan een kind dit verstotende gedrag gaan ontwikkelen? Kort gezegd ligt de oorzaak in de meeste gevallen bij de (on)bewuste negatieve houding en het overmatig controlerende en sterk manipulatieve gedrag van een ouder en/of verzorger(s) richting de andere ouder. Dit kan ziekelijke vormen aannemen en maakt dat kinderen (uit emotioneel zelfbehoud) tot dergelijke tegennatuurlijke onbewuste keuzes en een sterk afwijzende/verstotende houding richting de andere ouder worden gedwongen.

Het door een ouder bij een kind actief ‘inbrengen’ van ouderverstoting richting de andere ouder wordt internationaal steeds meer gezien en door wetenschappers en rechtbanken erkend als een ernstige vorm van psychische kindermishandeling.”

Eigen aandeel?

Hoewel gezegd kan worden dat beide ouders in een relatiebreuk een aandeel hebben in loyaliteitsconflict van het kind, is bij structurele ouderverstoting geen sprake meer van een eigen aandeel van de ouder die verstoten wordt. Wat deze ouder ook zal doen, toenadering zoeken of afstand nemen, aan zichzelf werken, fouten erkennen,… Als ouderverstoting speelt, zal niets uitmaken, omdat het kind zich gedwongen voelt een keuze te maken op oneigenlijke gronden.

Onmacht-macht-manipulatie-cirkel

De ouder die verstoten wordt, is en voelt zich daardoor enorm machteloos. Omdat deze ouder vanuit deze machteloosheid terug macht over de situatie wil krijgen, komt hij of zij over als degene die zeurt, druk uitoefent en juist zelf macht uitoefent. Deze ouder zal de omgeving willen aanzetten te helpen en iets te doen aan de situatie. Druk uitoefenen op de omgeving om in te grijpen. De hulpverlening ervaart dit sterk, terwijl de andere ouder, die de verstoting in de hand werkt, redelijk en rustig blijft.
Bovendien speelt de angst bij de hulpverlening dat er wellicht echt iets aan de hand is, met name als er beschuldigingen worden geuit en deze door de houding van de verstoten ouder worden ondersteund. De rechters volgen weer de adviezen van de hulpverlening. Het is een negatieve spiraal.  Al deze onderstromen beïnvloeden de hele situatie.

De ouder die het kind (on)bewust aanzet tot de verstoting voelt zich ook onmachtig. Onmachtig om zijn of haar boodschap te geven op een ‘normale’ manier. Onmachtig om  het eigen doel te bereiken. Deze ouder gaat vanuit de onmacht (verborgen) macht uitoefenen en ziet dit als gerechtvaardigd vanuit de eigen beweegredenen, die hij of zij als zeer reëel ziet. Zelfs als het uit ‘wraak’ gevoelens voortkomt. Diegene is vaak zelf enorm gekwetst door de andere ouder. De ouder denkt het kind tegen pijn of acties van de andere ouder te moeten beschermen.  In ieder geval is er de overtuiging dat het nodig is. De manier waarop dit gebeurt is, is bijzonder schadelijk. Toch heeft veroordeling geen zin om tot een oplossing te komen. Beter is het te achterhalen wat er aan de hand is en de betrokkenen te begeleiden naar een ander perspectief op de situatie.

Het is een doolhof, waarin menigeen verdwaalt.

Ouderverstoting in het licht van het Evolutie Systeem

De intenties achter de ouderverstoting hangen samen met de geestelijke/mentale ontwikkeling van de ouders en het kind. Deze ontwikkeling verloopt via de kindfase (eerste pijler: loyaliteit, afhankelijkheid en zorg) via puberfase (tweede pijler: streven naar vrijheid en zelfstandigheid) naar de volwassenenfase (derde pijler: overzicht en inzicht). Deze ontwikkeling maken we allemaal door, maar op verschillende onderwerpen blijven we mentaal nogal eens hangen in de kind- of puberfase of vallen daarin terug, omdat we niet alle emoties verwerkt hebben, getriggerd raken en we niet goed uitgezocht hebben wat we er zelf van vinden.  Het Evolutie Systeem is een multi-dimensionaal groeimodel dat helpt om de stappen te zetten om meerde kanten te kunnen zien en verheffende oplossingen teweeg te brengen. Meer hierover lees je in het boek ‘Opgewonden Standjes en Bevredigende Oplossingen’.

Eerste Pijler

Een ouder in de eerste pijler zal de verstoting van de ouder door het kind rechtvaardigen op de grond het kind te willen ‘beschermen’ tegen de andere ouder. Het gevoel van een voor en tegenkamp speelt vooral onder eerste pijlers, omdat zij het lastiger vinden om óók de andere kant van een verhaal te zien. Zij voelen zich sneller het slachtoffer, zonder te zien waar ze zelf dader zouden kunnen zijn. Het kind wordt meegevoerd als ‘mede-strijder’ tegen het kwaad of moet beschermd worden tegen ‘het kwaad’. De ouder houdt het kind daarmee gevangen in de ‘kindfase’ en overlevingsstrategieën.

Tweede Pijler

Een ouder in de tweede pijler ziet wel dat de andere ouder niet alleen maar slecht is, maar vindt het vaak nog moeilijk om de keus te maken de ander volledig te respecteren en niet egoïstisch te zijn in het nastreven van zijn eigen belang (recht op liefde). Het argument om het kind niet naar de andere ouder te laten is: “Ik kan het kind toch niet dwingen daar heen te gaan als het niet wil?”, “Ik kan het kind niet aan de haren naar jou slepen’.  Dit komt voort uit een overdreven hang naar vrijheid en niet dwangmatig willen zijn.  In deze gevallen wordt uit het oog verloren dat in een ouder-kind-relatie uiteraard gewoon regels nagekomen moeten worden. Deze ouder wil het leren ‘eigen keuzes te maken’. Het kind wordt aangesproken op de ‘eigen kracht’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’ om tegen de andere ouder ‘op te staan’.  In wezen zal het kind tegen de ‘verstotende’ ouder moeten opstaan en zijn of haar stem laten horen. Dit is een moeilijke les voor het kind. Het kind zal de stap van de eerste pijler naar de tweede pijler maken, als het daadwerkelijk de eigen keuze maakt om bij beide ouders te willen zijn.

Derde Pijler

De oplossing ligt in de derde pijler benadering waarin de synthese plaatsvindt:
– vanuit de natuurlijke orde van respect voor ouder(s) en grootouder(s) (eerste pijler)– zelfs als deze niet zo wijs handelen – betrokkenen de ‘andere kant’ laten zien en de verschillende beweegredenen helpen onderscheiden en stimuleren en organiseren van werkelijk contact en omgang in het dagelijks leven (tweede pijler);
– de hulpverlening kan het kind en de ouders stimuleren met liefde nieuwe perspectieven op de situatie te onderzoeken en nieuwe ideeën te bedenken voor oplossingen (derde pijler).

Een oplossing voor ouderverstoting: netwerkgesprekken

In de meest zware gevallen van ouderverstoting zal het organiseren van de omgang op veel weerstand stuiten.

Een paternalistische eerste pijleroplossing

Is er al langere tijd geen contact meer, dan is er de rigoureuze aanpak die in Amerika wel wordt toegepast. Het kind langere tijd (drie maanden) onder de invloedsfeer van de verzorgende ouder vandaan halen en bij de andere ouder plaatsen. De in Nederland meest gebruikte oplossing is ‘rust’. Geen contact meer met de ouder die verstoten wordt, om het kind rust te gunnen en niet tot omgang te dwingen. De rust is echter schijn. Ergens vanbinnen zit de loyaliteitscrisis. Het het gevoel voor de andere ouder wordt weggedrukt. Dit kan niet anders dan consequenties hebben op de langere termijn.

De tweede pijler benadering:

De hulpverlening in Nederland is voor de aanpak van ‘overplaatsing’ erg huiverig. Dat is begrijpelijk vanuit het ‘tweede pijler’ gedachtengoed dat veel heerst onder hulpverlening: geen dwang. Natuurlijk is in sommige gevallen daadwerkelijk zware problematiek aan de orde en de hulpverlening noch de rechterlijke macht wil een kind blootstellen aan gevaar voor psychisch of lichamelijk geweld. Dit maakt echter handelingsverlegen en in schijnende gevallen leidt dit tot  zeer onwenselijke situaties, waarin juist psychisch leed aan de kant van het kind speelt, terwijl dat niet onderkend wordt.

De derde pijler benadering:

Netwerkgesprekken organiseren zal alleen lukken met medewerking van de omgeving (sociale druk). Gezamenlijke netwerkgesprekken met de betrokkenen, familie, vrienden, hulpverlening én bij voorkeur ook een mediator kunnen een goed startpunt zijn: “Er is een heel dorp nodig voor het opvoeden van een kind“.

In mijn ogen in eerste instantie meer zinvol dan boetes en dwang, maar als een ouder weigert hieraan mee te werken – wat zal gebeuren bij ernstige ouderverstoting – , is er wat voor te zeggen dat de netwerkgesprekken toch door moeten gaan, maar dan zonder de weigerende ouder. De ouder dwingen erbij te zijn druist in tegen de vrijwilligheid van mediation.

Netwerkgesprekken bij Jeugdzorg

Jeugdzorg is de aangewezen instantie, met de expertise en faciliteiten om dit soort netwerkgesprekken te organiseren. Door het regelmatig voeren van deze gesprekken op te nemen in het vaste protocol, wordt het gewoner en minder beladen. Hier lees je meer over de aanbevelingen, juridische grondslag en praktische uitwerking 

Een netwerkgesprek kan ook in de rechtszaal plaatsvinden. Betrokkenen kunnen dan wel ‘gedwongen’ worden. Wel handig als de rechter die dit begeleid mediationvaardigheden én diepgaand inzicht heeft. De juridische basis hiervoor is gelegen in de afspraken in het verplichte ouderschapsplan.

Ook hier gaat het vooral om het blootleggen van de macht-onmacht-manipulatie cirkels en het bespreekbaar maken van de ‘angel’ (de boodschap van de weigerende ouder) en het zoeken naar een oplossing/perspectief waarin dit belang – op een gezonde manier – een plek krijgt.

Als het netwerkgesprek niet mogelijk is, hulpverlening en rechters niet optreden of ingrijpen, kan de ouder die verstoten wordt niet veel meer doen dan loslaten. Vechten voor het gelijk – dat er is – zal de spanning bij het kind alleen maar doen toenemen.
Het inzien dat het ook voor het kind een les is, om op te komen voor zichzelf en het onderscheid te leren maken, is een harde dobber. Met name omdat de praktijk laat zien dat als de ouderverstoting op jonge leeftijd al begint en jaren duurt, het kind ook bij volwassenheid lang niet altijd tot inzicht komt. Door de traumatische ervaring is de stap van eerste pijler naar tweede pijler en verder moeizaam. Alle gevoelservaringen zullen daarbij doorleeft en verwerkt moeten worden. Maar ook dat is een vrije keuze van ieder mens.

Hier kun je meer lezen over het Evolutie Systeem.

Denk je dat er in jouw situatie sprake is van ouderverstoting? Neem contact op.

Contact

 

Dit artikel is een bewerking van een hoofdstuk uit het boek “Scheiden is Leiden“, dat in september uitkomt.  Je kunt het al bestellen.

 

Over de schrijver
Hilde Kroon is mediator en jurist, met meer dan 20 jaar ervaring in Nederland en België en praktijken in Alkmaar en Arnhem.
Reactie plaatsen